EVAN MEANEY
—————————————————————————————————
Evan Meaney maakt Kunst met glitches en fouten in data, hierbij gaat hij express data stress testen met het gevolg dat de file een nieuw leven krijgt.
De manier waarop hij dit doet is door de code te openen en dan manueel stukken te verwijderen, een proces dat ook natuurlijk gebeurt. Doordat er elektronen “wegvliegen”, door hiermee te experimenteren creëert hij glitches of fouten in wat de file zou moeten representeren en ze dus iets nieuws worden. Hij experimenteert hiermee om te kijken naar hoe data corrupt geraakt en welke gevolgen deze data los met zich meebrengt. Het feit is dat niets eeuwig is maar de data die wij nu opslaan zou wel eens een veel korter leven beschoren zou kunnen hebben dan we denken. Er zijn verschillende mogelijkheden waarom we een bestand niet meer zouden kunnen lezen, de eerste is ‚mechanical failure', hierbij geraakt de bestandsdrager beschadigd waardoor er delen van de data wegvallen. De volgende is dat de codec waarmee de data geschreven is is verouderd waardoor de computer niet weet wat hij met de files moet doen. Als laatste is het mogelijk dat er kleine stukjes van de data verloren gaan waardoor het geheel onleesbaar of onherkenbaar wordt. Dit gebeurt doordat al onze data magnetisch is en we op een enorme ronddraaiende magneet wonen.
Evan gaf ook wat meer inzicht in hoe codecs werken en wat de gevolgen daarvan zijn. Zo heeft hij zelf een codec gebouwd die eigelijk zeer inefficiënt is en gebruik maakt van ‚redundancy’ waardoor hij geen last heeft als er deeltjes wegvallen. Het enige nadeel is dat waneer de file met die codec gecodeerd wordt ze niet meer leesbaar is omdat het bestand zo zwaar is geworden. Deze codec noemt dan ook ‚the Big Sleep’.
Dit alles doet ons nadenken over de vergankelijk van onze eigen data en hoe we hiermee kunnen omgaan. Eén van de vragen die ik me dan begin te stellen is hoe belangrijk dit allemaal is. Archiveren is belangrijk maar opruimen is dat ook. Als we spullen al een aantal jaar in de kast hebben liggen wordt de kans steeds kleiner dat we ze nog gaan gebruiken, misschien wordt het dan tijd om ze weg te gooien. Maar op welke manier gaan we daar mee om met onze digitale bestanden? Op dit moment is het heel gemakkelijk om alles bij te houden, de prijs van data opslag ligt momenteel zo laag dat er bijna geen reden is om het niet te doen. Maar hoe belangrijk zijn die vierduizend vakantie foto’s die we vorige zomer hebben genomen eigelijk, en gaan we er nog wel eens naar kijken, of bekijken we er misschien slechts veertig?
Dit gesprek over data brengt deze vragen bij mij op. Doordat we onze data digitaal opslaan is deze wel erg goed te sorteren en redelijk vindbaar. Maar doordat deze niet tastbaar en zichtbaar is, is het soms moeilijk om te zien welke data nu op de data drager staat. Hierdoor ruimen we hem niet op, maar we gebruiken we hem ook niet omdat ze moeilijk zichtbaar te maken is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten