vrijdag 23 januari 2015

Steven Thijs - persoonlijke evaluatie project “remember me” - GroepLENS


door: Steven Thijs

In de module Re-visionary stond het hergebruiken van beeld en geluid uit digitale beeldarchieven centraal. De opzet van de module was het creëren van een “archive remix” waarin materiaal wordt hergebruikt binnen een nieuwe context, gebaseerd op een thema en uitgangspunten die worden geformuleerd a.d.h.v. een onderzoek. Voor de module werkte ik samen met Elies Indigne (cmd/game), Laurence Verheyen (animatie) en Nico Prikken (tv/film). Het eindresultaat werd een multimediale video-installatie en kreeg de naam “remember me”.

Het was geen gemakkelijke weg om tot dit resultaat te komen, maar wel een boeiend proces waarin we een kritische houding hanteerden en veel gewikt en gewogen hebben om tot een duidelijk eindresultaat te komen. Na de introductie en eerste artist talk gingen we van start met een brainstorm om tot een boeiend thema te komen voor ons project. Op een wit blad papier begonnen we met het neerschrijven van enkele bemerkingen en interessante topics die reeds naar boven kwamen na het zien van de voorbeelden. Interessante topics waren ‘disneyfication’ (het plaatsen van realiteit in een Disney-kader), online identiteit en vervorming van media in de tijd, en tenslotte het creëeren van valse waarheden door ambiguïteit in beelden (bv. het monster van Loch Ness, UFO’s,…). 

Door het combineren van topics en ruimere ideeën kwamen we tot één algemeen thema dat ons allen wel interesseerde, nl. social media, de online ‘identiteitsbeleving’ en daarmee samenhangend: het persoonlijke online archief. Binnen dit thema vroegen we ons af welk beeld anderen creëren op basis van onze online zelfrepresentatie op o.a. sociale media, diverse websites,… Vaak laten we hierop slechts ‘een deel’ van onszelf zien, het deel dat we ‘willen’ dat anderen van ons zien. In dit opzicht treden sociale media als het ware op als ‘filter’ op het totale online archief van een bepaald persoon. Interessante vragen die we ons stelden waren “Hoe zou Hitler zichzelf hebben geprofileerd op online sociale media, zoals Facebook?”. Een allereerste idee: ‘een soort rating-tool voor profielen’, veranderde op basis hiervan in een concept waarbij diverse ‘social media’-profielen van bekende historische personen worden opgesteld en vergeleken. We zouden hiertoe divers archiefmateriaal verzamelen over deze personen en hiervan een selectie maken dat we op de respectievelijke ‘social media’-profielen zouden weergeven. De criteria op basis waarvan deze selectie gebeurt, is hierbij een interessant gegeven voor verder onderzoek. We trachten vervolgens deze beperkte visie in relatie te brengen tot het geheel, waarbij het tenslotte aan de gebruiker is om te reflecteren over zijn eigen profiel en zijn methodes om die selectie te maken.

Echter merkten we dat de uitwerking nog vele andere vragen opriep bij de toeschouwer: op basis van welke criteria is er een selectie gemaakt uit het materiaal dat getoond wordt als ‘social media’-profiel? Is deze selectie waarheidsgetrouw? Als het omtrent een historisch persoon gaat, wat blijft er achter van deze persoon op online archieven doorheen de tijd? Speelt censuur een rol, bv. wanneer Facebook bepaalde aanstootgevende inhoud verwijdert? Deze vragen gaven wel interessante nieuwe kijken op het project en het gegeven ‘online identiteit’. Immers hadden we zelf al gemerkt dat wat er overblijft van een bepaalde historisch ‘bekende’ persoon, vaak nét datgene is waarom hij/zij bekend is, en andere informatie oftewel afwezig is, oftewel ‘gekleurd’ is in functie van deze gebeurtenis (bv. in de meeste biografieën).

We besloten het concept en onderzoek te verfijnen op basis van deze insteek: een bekend persoon wordt vaak door de media ‘gekleurd’ op basis van één belangrijke gebeurtenis. De onderzoeksvraag verschoof hiermee van ‘hoe profileren we ons anders online’ naar ‘wat blijft er over van onze representatie doorheen de tijd’? In de uitwerking hielp begeleider Peter Snowdon ons afstappen van het idee om zelf een oordeel te willen scheppen hierover en de gebruiker hiervan te overtuigen, maar nét neutraal te blijven in de opstelling. Met onze uitwerking willen we de toeschouwer hetzelfde laten ervaren als wij als onderzoeker deden toen we opzoek gingen naar divers archiefmateriaal van een bekend historisch persoon: één gebeurtenis blijft centraal staan, andere informatie is onduidelijk of afwezig. De toeschouwer kan zichzelf afvragen wat zal overblijven van zijn eigen archief, wanneer mogelijks geen ‘belangrijke’ gebeurtenis zal plaatsvinden… Het gegeven dat we een installatie wilden creëeren die eerder openstond voor vragen en antwoorden van de toeschouwer i.p.v. een mening te willen opdringen, was erg leerrijk voor mij voor toekomstige projecten, zoals de tentoonstelling van het masterproject.

We kozen voor één centraal persoon: Rosa Parks. Ze is bekend van één gebeurtenis, op één bepaalde dag in het jaar 1955, toen ze haar zitplaats in een bus niet afstond aan een blanke. Alles wat vandaag overblijft van haar staat veelal in teken van deze gebeurtenis, die zo belangrijk werd. De ‘archive remix’ bestond erin het leven van Rosa Parks te reconstrueren in drie video’s, die elk een bepaald aspect van haar leven naar voren brachten: haar sociale leven, haar professionele leven, en haar activistisch leven. Om hiertoe te komen bestudeerden we biografieën en gebruikten we materiaal van bestaande documentaires. Echter vonden we onvoldoende authentiek materiaal dat niet over die éne gebeurtenis ging, en werden we genoodzaakt om een ‘remix’ te creëren met ander materiaal, zoals naar school gaan, werken in de tuin, een bezoekje brengen aan grootmoeder, buiten spelen,… Dit materiaal moest echter wel passen in de context en helpen de oorspronkelijke tijdsgeest op te roepen. De drie video’s worden simultaan afgespeeld, waarbij beeld en geluid eerst door elkaar lopen en de gebruiker verwarren, maar stilaan lopen de beelden meer gelijk, en wordt hierdoor sneller de éne gebeurtenis duidelijk die haar leven tekende: ‘she sat on a bus’. De verwarring over de andere inhoud is de bedoeling: het zijn zaken die er vaak niet meer toe doen.

Vanuit mijn achtergrond uit cmd en informatica, zorgde ik zelf ook voor de ‘technische ondersteuning’ van het project. Het was immers een uitdaging om de drie video’s op exact hetzelfde moment te laten starten op drie verschillende computers. Dit is uiteindelijk gelukt met een netwerkverbinding naar een server, vanwaar op een bepaald moment gelijktijdig een signaal wordt verstuurd naar de drie computers, waardoor vervolgens de video start.

Een interessant gegeven dat mogelijk aanleiding kan geven tot verder onderzoek of nadenken, is het feit dat we zelf als onderzoeker ook een bepaalde selectie maken wanneer we materiaal verzamelen dat we gaan hergebruiken. Zowel in het eerste concept als in het tweede concept kwam dit naar voor: in het eerste concept gebeurde de selectie voor de ‘social media’-profielen op basis van criteria die uit onderzoek zouden moeten blijken, maar in dat opzicht hechten we als onderzoekers een bepaald waarde-oordeel op dit materiaal om tot deze beslissing te komen. Misschien interpreteert een ander dit materiaal wel op een andere manier, en komt hij tot een andere beslissing? Ook in het tweede concept gingen we zelf opzoek naar extra materiaal om het authentieke documentaire-materiaal aan te vullen, en de zoektochten en keuzes die we hiervoor maakten, gebeurden op eigen initiatief. De eigen keuze van materiaal door de onderzoeker in de creatie van een ‘archive remix’ is natuurlijk onvermijdelijk, maar voegt mogelijks een nieuwe dimensie toe aan het resultaat: vertelt dit ook iets over de onderzoekers zelf?

door: Steven Thijs

Geen opmerkingen:

Een reactie posten